Camellia sinensis wordt veel gekweekt voor de theeproduktie , die wordt nl. van de bladeren gemaakt .
|
meer bijzonderheden Camelia is inheems in Zuidoost Azië, en wordt, ook bij ons, al heel lang als sierplant gekweekt om zijn prachtige bloemen. Het is een soort met voorkeur voor warme natte zomers en gemiddeld koude droge winters, maar vanwegen z'n enorme aanpassingsvermogen leeft de plant onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden. De meesten zijn struikvormen maar er zijn ook verschillende boomvormen van de Camellia, en allemaal met hun eigen kenmerken, zoals wel of geen mooie bloemen, een prachtige schors of juist een mooi blad. In Japan worden ze bijzonder gewaardeerd vanwege hun vroege bloei. Ze zijn vaak de allereerst bloeiende planten in de tuin na de lange winter. We kennen inmiddels al minstens 2000 kruisingen van Camelia japonica, en er worden in China nog steeds nieuwe ontdekt. De meest gekweekte cultivars zijn sierplanten met dubbele bloemen. Van Camellia sinensis wordt zwarte en groene thee gemaakt en van Camellia oleifera wordt olie gemaakt die in cosmetica wordt gebruikt. De basis voor het plantkundig belang van deze soort wordt gevormd door de: Camellia japonica, Camellia reticulata, Camellia sasanqua en een toenemend aantal hybriden. kenmerken Camelia heeft dikke, glanzende bladeren afwisselend gerangschikt ca. 3 cm lang, grote, erg opvallende bloemen van ca. 5 cm doorsnee, van wit tot rood en paars, in allerlei variëteiten, soms zelfs gestreept of gespikkeld. Het is een heel vroege bloeier. In het midden van de bloem bevinden zich een opvallende massa meeldraden. Voorkomende bloemvormen zijn: Enkelvoudig, Halfgevuld, Anemoonvormig, Pioenvormig, Roosvormig en Gevuld. Voor elk wat wils dus. verzorging Zet de plant alleen in de zon als z'n wortels in de schaduw blijven. Bloemknoppen worden nog voor de winter gevormd en moeten koel blijven totdat ze zich in februari kunnen openen. Bij binnen overwinteren is het grootste probleem dat de knoppen door te veel warmte of te grote temperatuursverschillen af vallen. In de herfst geef je de overwinterende camelia matig water en in de winter nog maar 1 x per maand een beetje. In de lente kun je de watergift weer geleidelijk opvoeren. Omdat Camelia niet van kalk houd kun je het best altijd vijver- of regenwater geven. Halverwege de zomer kun je wat kalium rondom de plant aanbrengen en dan even sproeien, altijd met regenwater. snoei Vormsnoei is alleen mogelijk om de plant te verjongen. Lelijke staken midden in de plant neem je zo laag mogelijk weg. dat geldt ook voor alle sports (uitlopers met andere genetische kenmerken). vermeerderen Snijd in het vroege voorjaar tot aan de herfst van een eenjarige scheut een stukje stengel met 1 blad eraan, en steek het in een pot met stekaarde. Het is zaak om de temperatuur en luchtvochtigheid daarna constant te houden. Dat betekend dat gebruik van een kas de meeste kans van slagen geeft. Najaarsstek maak je van ca. 10 cm lange verhoute stengels die je in een verwarmde bak of verwarmde grond laat wortelen. Het afleggen van scheuten gebeurt in de zomer. |



















