Cyperus involucratus = Cypergras of Parapluplant
                                                                               ( oude naam: Cyperus alternifolius)                                                                                                

- vaste plant, uit de familie van de Cyperaceae = Cypergrasachtigen -

 

 Oeverplanten

Gewassen die de voorkeur geven aan ondiep water, zodat er niet meer dan 6 - 8 cm water boven hun wortels staat.
Zorg daarom voor een ondiepe randzone in de vijver of zet plantmanden met behulp van een bakstenen voetstuk wat hoger om zo de gewenste waterdiepte te suggereren.

Neem bij oeverplanten met een kruipende wortelstok zoals de slangewortel (Calla palustris) eerst dood blad en oude bruin geworden wortels weg. Zet de plant in een passende mand, met de wortelstok horizontaal op het grondmengsel. Breng grond rondom de wortels en druk die met de vingers stevig aan, maar laat de wortelstok onbedekt. dek de grond zo nodig  af met kleine steentjes en laat de mand zo diep zinken dat de wortels met 6 - 8 cm water bedekt zijn, beslis niet dieper.

Oeverplanten met knolvormige wortels
, zoals Pontederia cordata worden ontdaan van dood en verkleurd blad en lange scheuten worden met een scherp mes teruggesneden. oude bruine wortels worden geheel weggesneden en de anderen tot 6 - 8 cm ingekort.
Maak het plantgat zo diep dat de plant er met neerhangende wortels tot aan de basis van de schueten in past. Druk de grond rondom zeer stevig aan en dek hem eventueel af met steentjes, zet dan de mand in de vijver, 6 - 8 cm onder het wateroppervlak.


De naam is afgeleid van de Griekse plantennaam 'kypeiros'
 
 naam:  Cyperus involucratus ( oude naam: Cyperus alternifolius) = Parapluplant  extra info:
 cypergras = zeggesoort  
 toepassing:  decoratieve biesachtige siergrassen voor in huis, maar zomers liefst aan of in
 de ondiepe vijver
 10 - 20 cm diep
 standplaats:  vanaf mei buiten in of aan de vijver op 'n lichte plaats, waar ze 's zomers niet
 in direct zonlicht staan, matig warm
, met constant waterniveau, wel tegen wind
 beschutten
 
 kenmerken:  stevige, holle,driekantige  bloeistengels met aan bovenaan pruik- of
 parapluvormige, zwaardvormige tot 25 cm lang
e (schut) bladeren
 
 hoogte:  tot 2 m  
 groeiwijze:  opgaande lange stengels die mooi afhangen  
 bloeiwijze:  kleine bruine bloemaren in symmetrische bloemhoofden met bladachtige
 schutbladen
 
 bloeimaand:  juli - aug  
 vruchtvorming:  nvt  
 groenblijvend:  moet binnen overwinteren  
 grondsoort:  een mengsel van drie delen potgrond, twee delen klei en een deel oude,
 verteerde koemest en met doorlopende natte wortelkluit en permanent gelijke
 waterstand
 
 verdraagzaam:  combineert goed in en langs de vijver  
 aantal p/m²  1  
 plantafstand:  1 - 1.5 m  
 verzorging:  pas 2 maanden na verpotten weer kunstmest of kamerplantenvoeding geven  regelmatig sproeien
 vermeerdering:  scheuren van de wortelkluit of zaaien  
 bijzonderheden:  niet alle soorten willen onder water staan, dus let op welke soort je hebt.  

    
                                                                                                                   Cyperus odoratus = Geurende zegge

 meer bijzonderheden
Deze planten zijn afkomstig uit
tropische en subtropische gebieden is inheems op Madagascar en Mauritius, waar ze het als een opdringerig onkruid beschouwen, vanwege de enorme drijvende plantenmassa's van 4-5 m hoogte. Je vind soorten van deze familie over de hele wereld verspreid in vochtige, natte of moerassige gebieden.
 kenmerken
bladsteel: zittend, groeitype: opgaand, bladsoort: loofblad, bladsamenstelling: enkelvoudig, bladvorm: Lijnvormig,
bladtop: spits, bloeiwijze: samengestelde aar.

De planten verbreiden zich vooral dmv een ondergrondse wortelstok, waar boven de grond driekantige stengels uit komen met bladeren, die een schede om de stengelvoet  vormen.
 verzorging
Zorg van oktober tot maart voor een rustperiode bij een minimumtemperatuur van 12°C voor deze plant. Zet hem in een warme kas of in huis. Ze vragen een doorlopend voetbad. Het water mag tot boven de kluit komen en bovendien verlangen ze tijdens de groeiperiode erg veel voedsel. Van april tot oktober geef je ze daarom elke week organische mest of vloeibare kamerplantenvoeding. Omdat de mijne 's zomers in de vijver staat kan ik uiteraard geen mest geven. Ik heb de plant daarom meteen in een grote pot met vijverkorrels gezet daar zitten al voedingsstoffen in die geen slechte invloed op 't vijverwater hebben. Deze winter stond ie met pot en al in de huiskamer, waar hij gewoon door gaat met groeien.
Cypergrassen zijn gevoelig voor rode spint. De beste manier om ze te bestrijden is de plant heel vaak af te sproeien met een stevige waterstraal omdat Cypergrassen niet goed op bestrijdeingsmiddelene reageren. Als de luchtvochtigheid
(40-50 %)  hoog genoeg is maar de plant krijgt toch geel blad, dan is er vaak sprake van voedseltekort. Nadeel van deze grote hoeveelheden meststoffen is dat het water verzilt, en de bladeren van de plant geel worden. Het is dan ook belangrijk de plant regelmatig te verpotten. Spoel daarbij zoveel mogelijk oude grond tussen de wortels weg en verwijder dode wortels en stengels. Verwijder ook de witte aanslag van de plant die veroorzaakt wordt door het teveel aan voedingsstoffen.
 vermeerderen
In 't wild vormt de plant steeds worteluitlopers met nieuwe groeipunten.
Je kunt ook een 'parapluutje' afsnijden, de bladeren iets inkorten, en het omgekeerd in 'n glas water leggen. Op een lichte
(niet in direct zonlicht) plaats zetten en je ziet al snel worteltjes en scheuten verschijnen. Als het er genoeg zijn zet je 't plantje in een pot met een mengsel van drie delen potgrond, twee delen klei en een deel oude, verteerde koemest.
Nu zet je de plant in een pot/schaal met water in 't licht.
Tijdens het verpotten, in het groeiseizoen, is het handig om grote planten meteen te delen of te scheuren voordat je ze opnieuw oppot.

 
een paar van de meer dan 600 variëteiten

ï  Cyperus albostriatus = Dwerg cypergras
(synoniem: Cyperus argenteostriatus, Cyperus diffusus)

herkomst: Zuid-Afrika.
hoogte: 60 cm
kenmerk: bovenaan paraplu-achtige bladen,
              maar onderaan ook voetbladeren.
blad:veel breder dan van het parapluplantje
verzorging: alleen vochtig houden, niet onder water zetten

Cyperus alternifolius = Cyperus involucratus  ð


kenmerk: decoratieve siergrasachtige kamerplant,

standplaats: lichte plaats, geen direct zonlicht, kan 's zomer buiten
hoogte: tot 2 m
verzorging: doorlopend in water houden

ï  Cyperus gracilis = Dwergparaplu

kenmerk: alles kleiner dan bij de parapluplant
met mooie, min of meer afgeplatte toeven
hoogte:  20 - 25 cm
ook geschikt voor het balkon
let op: wel licht, geen zon.
verzorging: doorlopend in water houden

Cyperus haspan = Dwergpapyrus  ð
 
toepassing: kamerplant, voor veel licht en hoge          luchtvochtigheid, mei, buiten
kenmerk: lange afhangende stengel
hoogte: 80 cm
bloei: zomer. fijne haverachtige bloemen

 

ï  Cyperus papyrus = Papyrusriet

bijzonderheden: in tropische gebieden vormt deze
plant drijvende vlechtwerken, wordt 4-5 m hoog
met arm dikke driehoekige stengels
hoogte bij ons: 2 - 3 m
kenmerk: stevige, onbebladerde stengels met
aan de top brede pluimvormige schermen van schutbladen
zomers: 10 - 20 cm diep in de vijver, lekker warm
standplaats: volle zon
bloei: zomers - bovenop vol bruine bloemen
's winters - warme kas of binnen

Terug