De bloei begint vanuit het midden van de bloeiwijze en bloeit tegelijk naar boven en beneden. Hierdoor zijn twee bloeiende ringen te zien.
De kaardebol produceert veel nectar en trekt daarom veel bijen en hommels.
verzorging
Dipsacus
fullonum
voorheen D.sylvestris = Grote
of Wilde kaardebol
- tweejarige uit de familie van de
Dipsacaceae =
Kaardenbolachtigen -

| Een- en tweejarige planten
Eenjarigen zijn planten die groeien,
bloeien, zaad voortbrengen en afsterven in
één groeiseizoen. |

| naam: | Dipsacus fullonum (D.sylvestris of D. sativus) = Kaardebol | extra info |
| toepassing: | als solitair of in de border | |
| standplaats: | zonnig met koele af en toe vochtige bodem, of halfschaduw | |
| kenmerken: | de langwerpig, spitse
groene bladeren (ca
40 cm hoog) zijn
twee aan twee tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als opvangbakje voor water, opvallend mooie bloeiwijze, de hele plant heeft stekels en een lange wortelpunt |
|
| hoogte: | 70 cm - ca 2 m | |
| groeiwijze: | recht omhoog gaande zich gelijkmatig vertakkende bloeistengels | |
| bloeiwijze: | sierlijke bloemen in
kransen rondom de ovale bol (4-8 cm) en komen etagegewijs tot bloei met 'n krans van omwindselbladen lang, rechtopstaand; die uitsteken boven de purperen bloem en eindigend in buigzame of stijve stekel |
|
| bloeimaand: | juli t/m aug | |
| vruchtvorming: | in het 2de jaar wordt er veel zaad gevormd | |
| groenblijvend: | wintergroen, vorstbestendig tot -35°C | |
| grondsoort: | goed bemest en vochtig of luchtige kalkrijke kleigrond | |
| verdraagzaam: | goed te combineren | |
| aantal p/m² | 7-9 st | |
| plantafstand: | 33 cm | |
| vermeerdering: | de plant zaait zichzelf rijkelijk uit | |
| bijzonderheden: | goede snijbloem en droogbloem. -beschermde plant in Nederland- |
| meer
bijzonderheden De wilde kaardebol is een uit Chili afkomstige plant. Dipsacus kan het beste ter plaatse gezaaid worden en ze zijn jong het beste te verplaatsen op een afstand van 15 - 30 cm van elkaar. kenmerken
De plant is tweejarig
en kan 70 tot 150 cm hoog worden. Het eerste jaar
vormt zich een tegen de grond gedrukte rozet van
groene bladeren. Het tweede jaar schiet de plant
ruim twee meter de lucht in en bloeit in de tweede
helft van de zomer met de kenmerkende raatvormige
bloeiwijze. De bladeren zijn twee aan twee
tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als
opvangbakje voor water.
De lila bloempjes zijn klein en ongesteeld en staan
bij elkaar op een hoge ineengedrongen tros (hoofdje).
Ze hebben een 5 tot 9 cm lange gemeenschappelijke "kelk"
(het omwindsel). Elk bloempje heeft naast een eigen
vergroeidbladig omwindseltje ook nog een kelk van
stijve haren. Een bloempje
heeft vier meeldraden, één stamper en een
onderstandig vruchtbeginsel met één zaadknop.
De bloei begint vanuit het midden van de bloeiwijze en bloeit tegelijk naar boven en beneden. Hierdoor zijn twee bloeiende ringen te zien. De kaardebol produceert veel nectar en trekt daarom veel bijen en hommels. verzorging Omdat deze plant niet veeleisen is
qua verzzorging, behoeft hij ook geen specifieke behandeling. Gewoon
een plant om van te genieten dus. |
|
Dipsacus inermis (syn. D. mitis) ð herkomst: Oost-Azie
en Noord-India, |
|
|
|
|
|
Dipsacus japonicus
ðñ |
|
|
|
|
![]() |
ï ñ Dipsacus laciniatus = Slipbladige kaardenbol kenmerk:
witte bladkern |
|
Dipsacus
pilosus = Kleine Kaardebol
ðò |
|
|
|
|
|
|
ï Dipsacus sativus (syn. D. fullonum) bloeitijd: april - aug anderen namen voor
de: |