|
meer
bijzonderheden
De Grassenfamilie (Poaceae - de oude
wetenschappelijke naam is Graminacae) is één van de
grootste plantenfamilies op aarde. Er bestaan ca 8.000 soorten
en ze komen op alle werelddelen
voor, zelfs op Antarctica.
Gras is een gewas dat verzorging nodig heeft; dat geldt zowel voor
een gazon als voor een weiland. De boer moet zijn weidegras bemesten,
onkruidvrij houden en ervoor zorgen dat het niet overbegraasd wordt,
wil hij het tenminste in goede staat houden en er een maximale
opbrengst van hebben. Ook het gazon heeft geregelde verzorging nodig om een eerste klas
zode te krijgen en te behouden. - De basis voor een goed gazon is het met zorg klaarmaken van de
grond vóór het zaaien of het leggen van zoden. De grond moet gemakkelijk afwateren maar ook voldoende vochthoudend zijn.
- Door een oordeelkundige bemesting, verwijdering van onkruiden en
regelmatig sproeien in droge periodeden zal men al snel een goede grasmat krijgen.
- Maar ook zal een goed aangelegd gazon snel achteruitgaan als het
niet de nodige verzorging blijft krijgen. - Een eerste vereiste is geregeld
maaien. Als in het voorjaar
en vroege zomer wanneer de groei het sterkst is vaak wordt gemaaid, bevordert dat de vorming van een dikke, stevige en veerkrachtige
zode die bestand is tegen droogte en waarin onkruiden en mossen niet gemakkelijk binnendringen. Als er niet vaak
genoeg wordt gemaaid zullen de wilde grassoorten gaan overheersen en de fijne en meer gewenste grasssen geheel gaan
verstikken. - Bemesten in 't voorjaar is ook belangrijk. Als 't gras weer
begint te groeien moet het voldoende weerstand houden. Een goed bemest gazon herstelt bovendien sneller van eventuele schade. Ook in
de herfst mag het gazon niet vergeten worden; dat is de tijd om te proberen de schade te herstellen die tijdens
de zomer kan zijn opgetreden in de vorm van verdichting, kale en dunne plekken, of wortels die boven de grond zijn
gekomen.
Gazongrassen De beste groeiomstandigheden voor de verschillende typen gras
lopen sterk uiteen. De meeste graszaadmengsels worden geselecteerd
uit grassen, die in hun eisen niet al te kieskeurig zijn. Toch kan
na verloop van tijd één van de soorten in het gazon gaan overheersen,
wat ook samenhangt met het type grond. Als het niet lukt een goede grasmat te krijgen, is het nuttig te
weten hoe de verschillende grassoorten op bepaalde grondsoorten of
groeiomstandigheden reageren.
De volgende grassen worden veel aangetroffen in graszaadmengsels:
Lolium perenne =
Engels raaigras
ð
Een in
bosjes groeiende soort. Kan overal groeien, maar is 't meest geschikt
voor de zwaardere gronden. Met dicht groeiende typen wordt een goede bodembedekking verkregen. |
  |
  |
ï
Cynosurus cristatus = Kamgras
Een compact en in bosjes groeiende soort. Gedijt goed op zwaardere grond, maar houdt niet
van droge, zandige, zure grond. Niet te kort maaien. |
|
Festuca rubra =
Gewoon roodzwenkgras
ð
Heeft een
wortelstokachtige groeiwijze en verspreidt zich aan de oppervlakte door wortelende ranken. Zal het op vele gronden goed doen, maar sommige selecties mogen niet te kort gemaaid worden. |
  |
  |
ï
Agrostis tenuis = Gewoon struisgras
Een kruipende
grassoort, breed uitgroeiend door vorming van uitlopers. Komt veel voor op zure gronden, maar
verdraagt alle bodemsoorten, ook op tamelijke droge. |
|
Agrostis canina =
Kruipend (honds) struisgras
ð
Groeit van nature
vooral op vochtige gronden. Het is bijzonder geschikt voor zeer fijne gazons. Het vormt bovendien uitlopers waardoor een viltige zode kan ontstaan. Onder niet te droge omstandigheden is het herstellingsvermogen groot, zodat opengevallen of beschadigde
plekken weer snel dichtgroeien. |
  |
  |
ï
Poa pratensis = Veldbeemdgras
Een in bosjes
groeiende soort. Stoelt gemakkelijk uit door middel van kruipende, ondergrondse stengels, Groeit het best op middelzware tot lichte grond en kan vrij goed schaduw verdragen. |
|
Poa trivialis = Ruw
beemdgras
ð
Groeit in bosjes en
gedijt goed op natte zware grond. Dit gras is buitengewoon geschikt voor schaduwrijke plaatsen. |
  |
Graszaadmengsels
Er zijn verschillende mengsels in de handel en men
kan ze ook zelf samenstellen. - Voor een fijne zode in de normale groene kleur neem je een mengsel
van 20% gewoon struisgras met 80% roodzwenkgras. - Wil je echt 'kijkgras' met een heel fijne zode in een lichte kleur,
neem dan 20% kruipend struisgras, 40% gewoon roodzwenkgras en 40% roodzwenkgras met uitlopers. -
Speelgras, dat tegen een stootje kan, bestaat uit 70%
veldbeemdgras, 15% roodzwenkgras met uitlopers en 15% gewoon roodzwenkgras. - Voor een
schaduwgazonis een mengsel van 50% ruw beemdgras, 30%
veldbeemdgras en 20 % gewoon roodzwenkgras zeer geschikt. Ze mogen echter nooit
korter dan 3 - 4 cm. worden gemaaid. Al deze grasmengsels (behalve de laatste) zijn kant en klaar te koop. Als je zelf mengt zorg er dan voor dat de zaden zorgvuldig vermengd
worden, en roer het mengsel vlak voor het zaaien nog even door.
Graszoden Controleer de zoden altijd voordat u ze koopt. Inspecteer of ze
geen ongewenste grassoorten (kweekgras) bevatten. Die raak je
namelijk nooit meer kwijt. Neem ook geen zoden met veel onkruid want
deze verzwakken en verstikken de grassen. De dikte is geen maatstaf voor de kwaliteit, maar neem ze wel
allemaal van gelijke dikte. Dunne zoden zullen onder gunstige
omstandigheden vaak eerder in de ondergrond wortelen dan dikke. Ook
zoden worden voor verschillende doeleinden gekweekt, zorg er dus
voor dat je de juiste soort zode kiest.
Verzorging en onderhoud
Maai
het gras als het vier centimeter hoog is. In het groeiseizoen is wekelijks maaien voldoende.
Gras heeft veel voeding nodig. U kunt vanaf het voorjaar het gazon bemesten.
Er zijn hiervoor verschillende mogelijkheden.
U kunt kiezen tussen kunstmest en natuurlijke meststoffen. Ook zijn er complete verzorgingsprogramma's die u gedurende het
seizoen helpen bij het onderhoud van het gazon.
regelmatig inzaaien om kale plekken te voorkomen Door
regelmatig, liefst ieder jaar, de zwakke plekken van uw gazon onder
handen te nemen,
houd u het probleem in de hand en oogt uw gazon nooit
verwaarloosd. Het gaat heel simpel. U zaait de kale plekken opnieuw in of zaait nieuw gras op
schrale stukken met weinig
gras. Het resultaat is het best wanneer u nog even met een rol over het
gras gaat. Zo zet u de wortels vast en heeft uw grasmat een betere kwaliteit. Graspartijen met veel mos worden best geverticuteerd.
Het is weliswaar een ernstige ingreep, maar ze is effectief. Verwijder het onkruid en hark de grond gelijk. Breng ongeveer 1,5 kg
gazonzaden per 100 m” aan op het geverticuteerde gazon, rol dicht en uw grasmat is
herboren.
Kantensteker
Een gazon met recht afgestoken graskanten oogt meteen verzorgd en
netjes. Het afsteken van de graskanten gaat het makkelijkst met een speciale
graskantensteker.
Verticuteerhark
Met een verticuteerhark harkt u de grasmat open. Mos en vervilt gras kunt u met deze hark verwijderen, zodat het
gazon meer lucht
krijgt en daardoor beter kan groeien.
Zaaiperiode:
Ongeacht de te kiezen
zaaiperiode is het toch best vooraf eens te zien hoe het zit met
weersverwachtingen, ideaal is dat er regen volgt na het zaaien. Zaaien met een droogteperiode in het vooruitzicht is geld en arbeid
verloren.
Zaaien
in 't voorjaar:
Men
zaait bij vochtig en groeizaam weer vanaf half april tot eind mei.
Vooral de nachttemperaturen zijn van groot belang voor een goed
resultaat (niet te koud).
Het
voordeel van gras zaaien in deze periode is dat men vlugger
resultaat heeft.
De
nadelen zijn enerzijds dat men slechte kieming kan hebben door koude
nachten en vooral door de schrale en vooral droge oostenwinden,
anderzijds kan het jonge gras verstikt worden door overmatige
onkruidgroei want voor vele éénjarige onkruiden is dit ook de
optimale groeiperiode. Daarbij kiemen ze meestal vlugger, ze worden
ook groter en verstikken zo de jonge grassprietjes.
Zaaien in de nazomer:
Dit is
de beste periode om een grasperk aan te leggen.
Zaaien
bij vochtig en groeizaam weer vanaf 15 augustus tot eind oktober.
Belangrijk voordeel: minder last van onkruid en door de langere,
vochtige en warme nachten kiemt het graszaad snel en gelijkmatig.
De
meeste éénjarige onkruiden bevriezen bij de eerste nachtvorst.
tip:
Om de kieming bij droogte te ondersteunen kan men natuurlijk het
gezaaide grasperk besproeien tot de zaden gekiemd zijn, ook
geperforeerde plastiekfolie op een pas gezaaid grasperk leggen is
een goed alternatief, bovendien is het zaad dan ook veilig voor
hongerlijdende vogels en ook katten kunnen zo geen putten maken.
opgelet:
Bij een eerste maaibeurt het jonge gras afrijden op de hoogste
maaistand, om het jonge gras de kans te geven mooi te struiken en om
het hartje ervan niet te beschadigen, (vele hoge onkruiden krijgen
nu al een stevige deuk).
|