Grassen

- De Grassen behoren bij de familie van de Poaceae (voorheen Graminacae) -

     

In 2005, besloten we na het aanleggen van ons kruidentuintje eindelijk de restanten van het eens zo 'prominent' aanwezige gazonnetje opnieuw in te zaaien. Eerst werd het oude gras geknipt, daarna de grond, zo goed en zo kwaad als dat ging, geverticuteerd, een beetje ge-egaliseerd (met potgrond en zand), toen ingezaaid met wat in de winkels wordt verkocht als een 'reparatie-set voor uw gazon'. In totaal genoeg voor 3 m2, en aangezien ons gazon slechts ruim 1 m² meet zou deze hoeveelheid zaad genoeg moeten zijn. Er is al voeding aan 't mengsel toegevoegd.
Na het zaaien hebben we het gras goed natgehouden en na 3 dagen stond het al boven de grond.
Nu moeten we rustig afwachten tot het moment waarop het voor 't eerst geknipt mag worden.
 


 
 
 

 meer bijzonderheden

De Grassenfamilie (Poaceae - de oude wetenschappelijke naam is Graminacae) is één van de grootste plantenfamilies op aarde. Er bestaan ca 8.000 soorten en ze komen op alle werelddelen voor, zelfs op Antarctica.

Gras is een gewas dat verzorging nodig heeft; dat geldt zowel voor een gazon als voor een weiland. De boer moet zijn weidegras bemesten, onkruidvrij houden en ervoor zorgen dat het niet overbegraasd wordt, wil hij het tenminste in goede staat houden en er een maximale opbrengst van hebben.
Ook het gazon heeft geregelde verzorging nodig om een eerste klas zode te krijgen en te behouden.
- De basis voor een goed gazon is het met zorg klaarmaken van de grond vóór het zaaien of het leggen van zoden.
  De grond moet gemakkelijk afwateren maar ook voldoende vochthoudend zijn.
- Door een oordeelkundige bemesting, verwijdering van onkruiden en regelmatig sproeien in droge periodeden zal men al
  snel een goede grasmat krijgen.
- Maar ook zal een goed aangelegd gazon snel achteruitgaan als het niet de nodige verzorging blijft krijgen.
- Een eerste vereiste is geregeld maaien. Als in het voorjaar en vroege zomer wanneer de groei het sterkst is vaak wordt
  gemaaid, bevordert dat de vorming van een dikke, stevige en veerkrachtige zode die bestand is tegen droogte en waarin
  onkruiden en mossen niet gemakkelijk binnendringen. Als er niet vaak genoeg wordt gemaaid zullen de wilde grassoorten
  gaan overheersen en de fijne en meer gewenste grasssen geheel gaan verstikken.
- Bemesten in 't voorjaar is ook belangrijk. Als 't gras weer begint te groeien moet het voldoende weerstand houden. Een
  goed bemest gazon herstelt bovendien sneller van eventuele schade. Ook in de herfst mag het gazon niet vergeten
  worden; dat is de tijd om te proberen de schade te herstellen die tijdens de zomer kan zijn opgetreden in de vorm van
  verdichting, kale en dunne plekken, of wortels die boven de grond zijn gekomen.

Gazongrassen
De beste groeiomstandigheden voor de verschillende typen gras lopen sterk uiteen. De meeste graszaadmengsels worden geselecteerd uit grassen, die in hun eisen niet al te kieskeurig zijn. Toch kan na verloop van tijd één van de soorten in het gazon gaan overheersen, wat ook samenhangt met het type grond.
Als het niet lukt een goede grasmat te krijgen, is het nuttig te weten hoe de verschillende grassoorten op bepaalde grondsoorten of groeiomstandigheden reageren.

De volgende grassen worden veel aangetroffen in graszaadmengsels:

Lolium perenne = Engels raaigras  ð

Een in bosjes groeiende soort.
Kan overal groeien, maar is 't meest geschikt
voor de zwaardere gronden.
Met dicht groeiende typen wordt
een goede bodembedekking verkregen.
 
ï  Cynosurus cristatus = Kamgras

Een compact en in bosjes groeiende soort.
Gedijt goed op zwaardere grond, maar houdt niet
van droge, zandige, zure grond.
Niet te kort maaien.
Festuca rubra = Gewoon roodzwenkgras  ð

Heeft een wortelstokachtige groeiwijze en verspreidt
zich aan de oppervlakte door wortelende ranken.
Zal het op vele gronden goed doen, maar sommige
selecties mogen niet te kort gemaaid worden.

ï  Agrostis tenuis = Gewoon struisgras

Een kruipende grassoort, breed uitgroeiend door vorming
van uitlopers. Komt veel voor op zure gronden, maar
verdraagt alle bodemsoorten, ook op tamelijke droge.

Agrostis canina = Kruipend (honds) struisgras  ð

Groeit van nature vooral op vochtige gronden.
Het is bijzonder geschikt voor zeer fijne gazons.
Het vormt bovendien uitlopers waardoor een viltige zode
kan ontstaan. Onder niet te droge omstandigheden is
het herstellingsvermogen groot, zodat opengevallen of beschadigde plekken weer snel dichtgroeien.

ï  Poa pratensis = Veldbeemdgras

Een in bosjes groeiende soort.
Stoelt gemakkelijk uit door middel van kruipende,
ondergrondse stengels, Groeit het best op middelzware
tot lichte grond en kan vrij goed schaduw verdragen.

Poa trivialis = Ruw beemdgras  ð

Groeit in bosjes en gedijt goed op natte zware grond.
Dit gras is buitengewoon geschikt voor schaduwrijke plaatsen.

Graszaadmengsels
Er zijn verschillende mengsels in de handel en men kan ze ook zelf samenstellen.
- Voor een fijne zode in de normale groene kleur neem je een mengsel van 20% gewoon struisgras met 80% roodzwenkgras.
- Wil je echt 'kijkgras' met een heel fijne zode in een lichte kleur, neem dan 20% kruipend struisgras, 40% gewoon
  roodzwenkgras en 40% roodzwenkgras met uitlopers.
- Speelgras, dat tegen een stootje kan, bestaat uit 70% veldbeemdgras, 15% roodzwenkgras met uitlopers en 15% gewoon
  roodzwenkgras.
- Voor een schaduwgazonis een mengsel van 50% ruw beemdgras, 30% veldbeemdgras en 20 % gewoon roodzwenkgras zeer
  geschikt. Ze mogen echter nooit korter dan 3 - 4 cm. worden gemaaid.
Al deze grasmengsels (behalve de laatste) zijn kant en klaar te koop.
Als je zelf mengt zorg er dan voor dat de zaden zorgvuldig vermengd worden, en roer het mengsel vlak voor het zaaien nog even door.

Graszoden
Controleer de zoden altijd voordat u ze koopt. Inspecteer of ze geen ongewenste grassoorten (kweekgras) bevatten. Die raak je namelijk nooit meer kwijt. Neem ook geen zoden met veel onkruid want deze verzwakken en verstikken de grassen.
De dikte is geen maatstaf voor de kwaliteit, maar neem ze wel allemaal van gelijke dikte. Dunne zoden zullen onder gunstige omstandigheden vaak eerder in de ondergrond wortelen dan dikke. Ook zoden worden voor verschillende doeleinden gekweekt, zorg er dus voor dat je de juiste soort zode kiest.

Verzorging en onderhoud

Maai het gras als het vier centimeter hoog is.
In het groeiseizoen is wekelijks maaien voldoende.
Gras heeft veel voeding nodig.
U kunt vanaf het voorjaar het gazon bemesten.
Er zijn hiervoor verschillende mogelijkheden. U kunt kiezen tussen kunstmest en natuurlijke meststoffen.
Ook zijn er complete verzorgingsprogramma's die u gedurende het seizoen helpen bij het onderhoud van het gazon.

 regelmatig inzaaien om kale plekken te voorkomen

Door regelmatig, liefst ieder jaar, de zwakke plekken van uw gazon onder handen te nemen, houd u het probleem in de hand en oogt uw gazon nooit verwaarloosd. Het gaat heel simpel.
U zaait de kale plekken opnieuw in of zaait nieuw gras op schrale stukken met weinig gras.
Het resultaat is het best wanneer u nog even met een rol over het gras gaat.
Zo zet u de wortels vast en heeft uw grasmat een betere kwaliteit.
Graspartijen met veel mos worden best geverticuteerd.
Het is weliswaar een ernstige ingreep, maar ze is effectief.
Verwijder het onkruid en hark de grond gelijk. Breng ongeveer 1,5 kg gazonzaden per
100 m” aan op het geverticuteerde gazon, rol dicht en uw grasmat is herboren.

Kantensteker


Een gazon met recht afgestoken graskanten oogt meteen verzorgd en netjes.
Het afsteken van de graskanten gaat het makkelijkst met een speciale graskantensteker.

Verticuteerhark

Met een verticuteerhark harkt u de grasmat open.
Mos en vervilt gras kunt u met deze hark verwijderen, zodat het gazon meer lucht krijgt en daardoor beter kan groeien.

Zaaiperiode:

Ongeacht de te kiezen zaaiperiode is het toch best vooraf eens te zien hoe het zit met weersverwachtingen, ideaal is dat er regen volgt na het zaaien.
Zaaien met een droogteperiode in het vooruitzicht is geld en arbeid verloren.

 Zaaien in 't voorjaar:

Men zaait bij vochtig en groeizaam weer vanaf half april tot eind mei.
Vooral de nachttemperaturen zijn van groot belang voor een goed resultaat (niet te koud).

Het voordeel van gras zaaien in deze periode is dat men vlugger resultaat heeft.

De nadelen zijn enerzijds dat men slechte kieming kan hebben door koude nachten en vooral door de schrale en vooral droge oostenwinden, anderzijds kan het jonge gras verstikt worden door overmatige onkruidgroei want voor vele éénjarige onkruiden is dit ook de optimale groeiperiode. Daarbij kiemen ze meestal vlugger, ze worden ook groter en verstikken zo de jonge grassprietjes.

Zaaien in de nazomer:

Dit is de beste periode om een grasperk aan te leggen.

Zaaien bij vochtig en groeizaam weer vanaf 15 augustus tot eind oktober.

Belangrijk voordeel: minder last van onkruid en door de langere, vochtige en warme nachten kiemt het graszaad snel en gelijkmatig.

De meeste éénjarige onkruiden bevriezen bij de eerste nachtvorst.

tip:
Om de kieming bij droogte te ondersteunen kan men natuurlijk het gezaaide grasperk besproeien tot de zaden gekiemd zijn, ook geperforeerde plastiekfolie op een pas gezaaid grasperk leggen is een goed alternatief, bovendien is het zaad dan ook veilig voor hongerlijdende vogels en ook katten kunnen zo geen putten maken.

opgelet:
Bij een eerste maaibeurt het jonge gras afrijden op de hoogste maaistand, om het jonge gras de kans te geven mooi te struiken en om het hartje ervan niet te beschadigen, (vele hoge onkruiden krijgen nu al een stevige deuk).

 
Terug