Agrimonia
eupatoria = Gewone
Agrimonie
- vaste plant, kruid - uit de
de familie van de
Rosaceae =
Rozenfamilie
-
Wij kregen wat stekken van vrienden
in 1998. Het bleken mooie planten met eigen karakter.
Aan het iend van de zomer blijven de uitgebloeide bloemen als klitten aan de poezen en aan onszelf
hangen.
Op zich, geven ze een mooie vorm in de tuin. Lastig is dat Agrimonie erg hardnekkige wortelstokken
heeft,
die zich heel makkelijk door de hele tuin verspreiden.
Maar toch een hele, mooie plant.

| Vaste planten
Vaste planten zijn planten die jaar na
jaar weer uitlopen. De beste rijd om vaste planten te poten
is de vroege herfst -eind september tot eind oktober. |
| Kruiden
Bijna
alle kruiden gedijen het best op een zonnige plaats op een
lichte, vruchtbare en goed afwaterende grond, maar de meesten
nemen ook met minder genoegen. Een dosis (kunst)mest in het
voorjaar gegeven, werkt gunstig. |
![]() |
|
|
|
| naam: | Agrimonia eupatoria = Agrimonie | extra info |
| toepassing: | vaste plant | |
| standplaats: | zonnig/halfschaduw., | matig droog tot vochtig |
| kenmerken: | De stengel is behaard en weinig vertakt, hieraan bevinden zich langwerpig gedeelde bladeren die sterk behaard en vaak kleverig zijn. |
Uiterlijk wijkt sterk af van andere leden van de Rozenfamilie. De bladvorm is bijzonder evenals de grote hoeveelheid looistoffen. |
| hoogte: | ca. 30 tot 120 cm | |
| groeiwijze: | een rechtop groeiende plant, met zich sterk uitbreidende wortelstokken | |
| bloeiwijze: | Aan het einde van de stengel bevinden zich vele aarvormige bloeiwijzen met talrijke knoppen die van juni tot in de herfst van beneden naar boven opengaan en dan stervormige gele bloemen te zien geven | |
| bloeimaand: | van juni tot/met augustus/september | |
| vruchtvorming: | De vrucht heeft een omgekeerde kegelvorm, is gegroefd en heeft bovenaan kromme borstelhaartjes. | Zaden hebben kleine weerhaakjes, waardoor ze aan de vacht van dieren blijven hangen en zich zo verspreiden |
| groenblijvend: | sterft af, beschermen tegen teveel regen en sneeuw. | |
| grondsoort: | langs wegen, in grasland en op lichte plaatsen in bossen, ook in de duinen, niet te droog, Komt meestal voor op kalkhoudende grond. | |
| verdraagzaam: | goed te combineren | |
| aantal p/mē | 8-11 st. per m2 | |
| plantafstand: | ca. 30 cm | |
| vermeerdering: | in de lente of herfst uit zaad of stekken opkweken | |
| bijzonderheden: | De plant verspreidt een lekkere abrikozen geur |
![]() |
|
![]() |