Agrimonia eupatoria =  Gewone Agrimonie

-  vaste plant, kruid - uit de
de familie van de Rosaceae = Rozenfamilie -

Wij kregen wat stekken van vrienden in 1998. Het bleken mooie planten met eigen karakter.
Aan het iend van de zomer blijven de uitgebloeide bloemen als klitten aan de poezen en aan onszelf hangen.
Op zich, geven ze een mooie vorm in de tuin. Lastig is dat Agrimonie erg hardnekkige wortelstokken heeft,
 die zich heel makkelijk door de hele tuin verspreiden. Maar toch een hele, mooie plant.

   

Vaste planten

Vaste planten zijn planten die jaar na jaar weer uitlopen.
In de winter sterven ze bovengronds af maar ondergronds leven ze slapend voort.
Sommige vaste planten blijven niet langer mooi dan 4 of 5 zomers.
Anderen bloeien rijker als ze elke 2 jaar worden opgerooid en gedeeld.
Weer anderen kunnen een mensenleeftijd bereiken.

De beste rijd om vaste planten te poten is de vroege herfst -eind september tot eind oktober.
Het kan ook in het voorjaar gebeuren, maar dan moet je na het planten meestal wel voldoende water geven
Spit het bed in september twee steken diep en voeg per m2 een emmer tuinturf of compost aan de grond toe.
Laat de grond zo rusten tot vlak voor het planten. Maak dan de grote kluiten fijn en trap de grond aan.
Strooi tenslotte desgewenst 2 handen algemene kunstmest per m2  uit en hark deze in.

 

Kruiden

Bijna alle kruiden gedijen het best op een zonnige plaats op een lichte, vruchtbare en goed afwaterende grond, maar de meesten nemen ook met minder genoegen. Een dosis (kunst)mest in het voorjaar gegeven, werkt gunstig.
Planten, zaaien, uitdunnen, gieten en vermeerderen gebeuren op dezelfde manier als bij andere eenjarige- en vaste planten en heesters. Giet de planten regelmatig en bescherm ze tegen tocht.

 

 

naam: Agrimonia eupatoria =  Agrimonie extra info
toepassing: vaste plant  
standplaats: zonnig/halfschaduw., matig droog tot vochtig
kenmerken: De stengel is behaard en weinig vertakt, hieraan bevinden zich langwerpig gedeelde bladeren die sterk behaard en vaak kleverig zijn. Uiterlijk wijkt sterk af van andere leden van de Rozenfamilie.
De bladvorm is bijzonder evenals de grote hoeveelheid looistoffen.
hoogte: ca. 30 tot 120 cm  
groeiwijze: een rechtop groeiende plant, met zich sterk  uitbreidende wortelstokken  
bloeiwijze: Aan het einde van de stengel bevinden zich vele aarvormige bloeiwijzen met talrijke knoppen die van juni tot in de herfst van beneden naar boven opengaan en dan stervormige gele bloemen te zien geven  
bloeimaand: van juni tot/met augustus/september  
vruchtvorming: De vrucht heeft een omgekeerde kegelvorm, is gegroefd en heeft bovenaan kromme borstelhaartjes. Zaden hebben kleine weerhaakjes, waardoor ze aan de vacht van dieren blijven hangen en zich zo verspreiden
groenblijvend: sterft af, beschermen tegen teveel regen en sneeuw.  
grondsoort: langs wegen, in grasland en op lichte plaatsen in bossen, ook in de duinen, niet te droog,  Komt meestal voor op kalkhoudende grond.  
verdraagzaam: goed te combineren  
aantal p/mē 8-11 st. per m2  
plantafstand: ca. 30 cm  
vermeerdering: in de lente of herfst uit zaad of stekken opkweken  
bijzonderheden: De plant verspreidt een lekkere abrikozen geur  

 


 

Terug