Bolgewassen

|
Bolgewassen hebben zich wat betreft
hun vorm aangepast aan periodiek veranderende omstandigheden;
afwisselend gunstige perioden en dan weer ongunstige tijden, die
veroorzaakt worden door het klimaat. De aanpassingen van de plant hebben geresulteerd in een, vaak, ondergronds opslagorgaan en in een afwisselende groei- en rustperiode. Bolgewassen zijn: "overblijvende planten die ongunstige omstandigheden overleven door de ondergrondse delen. Het reservevoedsel (zetmeel, suikers en eiwitten) is opgeslagen in het opslagorgaan en moet de plant in staat stellen om ongunstige perioden te overleven. Op of in het opslagorgaan zit de knop die volgend seizoen zal uitgroeien tot een plant met wortels, bladeren en bloemen. Aan het eind van de groeiperiode, aan het begin van de rusttijd, sterven de bovengrondse delen meestal af, en een deel van, of, alle wortels 'Echte'
bollen Rhizomen Knollen - Bij stengelknollen is een deel van de onderzijde van de stengel
vergroeid tot een knol. De knop zit bovenop de knol. - Bij wortelknollen is het reservevoedsel opgeslagen in de verdikte wortels. - Bij Dicotylen = knollen: (tubers in 't engels) Deze knollen
zijn deels ondergronds groeiende stengels, meestal rond, |

ui
en Gewone
Vogelmelk = Ornithogalum nutans