Cucurbita = Pompoen
- eenjarige plant uit de familie van de Cucurbitaceae = Komkommerachtigen -

Ieder jaar hebben we er een in ons
tuintje. Gewoon omdat het mooie planten zijn.
Eenjarigen zijn planten die groeien,
bloeien, zaad voortbrengen en afsterven in
één groeiseizoen.
Ze hebben ongelooflijk veel ruimte nodig. Meestal laten
we ze langs de grond hun gang gaan,
met een beetje 'bewegwijzering'
van mij dan. In de zomer van 2003 toen het zo heet
was,
groeide onze minipompoen meters lang en omhoog over
het terrasdak, met vele kleine vruchten.
Terwijl volgens de boekjes ze
ca. 1.50 m. lange ranken zouden maken.
Nou ja, een warm
zonnetje doet veel. Dit jaar, 2005, doe ik een poging
ze langs de schutting te laten groeien.
Ook daar komt
volop zon. Ik heb goede hoop
want ik zag al een paar zaailingen boven de grond
uitkomen.
Uiteindelijk bleef er een stevige plant over, die veel
te laat op gang kwam, dus helaas geen volgroeide
vruchten gaf.
Een- en tweejarige planten
Sommigen bloeien langer dan vele andere typen planten en zijn
een onmisbare hulp bij de opzet van een nieuwe tuin.
Ze kunnen ook worden gebruikt voor kleurige accenten tussen
heesters of vaste planten.
Eenjarige planten zijn gemakkelijk te kweken en zijn in een
grote verscheidenheid van kleuren en maten verkrijgbaar, van
nietige dwergvormen tot klimmers die muren en schuttingen snel
bedelven onder een kleurige bloemenpracht.
Tweejarigen
Opdezelfde manier, maar langzamer, gaat het met de
tweejarigen, die het ene jaar groeien, het volgende jaar bloeien
en daarna kunnen worden opgeruimd.
| naam: | Cucurbita = (sier) Pompoen | extra info |
| toepassing: | éénjarige, klimmende of rankende, tweezaadlobbige plant | |
| standplaats: | zonnig | |
| kenmerken: | tweehuizig | trekt bijen aan |
| hoogte: | sommigen groeien wel 10 m , ook omhoog | |
| groeiwijze: | polvormend, kruipend of rankend, afhankelijk van de soort | |
| bloeiwijze: | zowel
vrouwelijke (herkenbaar aan een klein vruchtbeginseltje) als manlijke bloemen aan een plant |
|
| bloeimaand: | juli - okt | |
| vruchtvorming: | afhankelijk van de soort welke | |
| groenblijvend: | niet vorstbestendig en winterhard | |
| grondsoort: | goed afwaterende, vruchtbare potgrond of verrijkte tuinaarde | |
| verdraagzaam: | de rankende soorten
pakken zich onderweg vast met hun luchtwortels die ze ook gebruiken om extra voeding te krijgen |
|
| aantal p/m² | 50 cm - 1.50 m | |
| plantafstand: | afhankelijk van de vorm, maar hoe verder uit elkaar, hoe meer vruchten | |
| vermeerdering: | alleen zaaien | |
| bijzonderheden: | hebben veel ruimte nodig, maar sommigen groeien ongehinderd omhoog |
| meer
bijzonderheden De pompoenplant stamt uit het warm tot tropisch klimaat van Midden-Amerika, Mexico. Cucurbita is een éénjarige, klimmende of rankende, tweezaadlobbige plant en stamt uit een grote plantenfamilie met vele vormen en kleuren. Er zijn meer dan 900 verschillende soorten pompoenen en ze stammen uit alle werelddelen Er zijn kruipende soorten, deze hebben 1 -1.25 m onderlinge afstand van elkaar nodig, en je hebt struikvormige soorten, dan moeten de planten 50 cm uit elkaar staan. De rankende soorten pakken zich onderweg overal stevig aan vast en zullen zo selfs naar boven groeien. Je hebt sierpompoenen, over het algemeen die kleinere soorten, en eetpompoenen. Deze laatste vormen prima wintervoedsel omdat ze, mits vorstvrij, heel lang bewaard kunnen worden. Met winterpompoenen bedoelen we de grote pompoenen, de spaghettipompoenen en de kalebassen. Allerlei andere kleine pompoentjes en kalebassen kunnen als decoratie worden gebruikt. Totaal zijn er zo'n dozijn soorten: waarvan onderstaande de belangrijkste zijn. Cucurbita maxima = 'zomer'pompoenen Cucurbita pepo = Kalebassen en 'winter'pompoenen Cucurbita moschata = Muskaatpompoenen Cucurbita mixta = diverse soorten die niet bij duidelijke groep horen Lagenaria ssp. = Fleskalebassen kenmerken Pompoenen zijn een zeer oud cultuurgewas. 7000 v C werden ze al verbouwd door Indianenvolken in Midden en Zuid Amerika, maar pas in de 16e eeuw kwamen ze in Europa terecht. Pompoenen zijn tweehuizig en hebben dus zowel vrouwelijke (herkenbaar aan een klein vruchtbeginseltje) als manlijke bloemen aan een plant. Als het weer niet meewerkt om bevruchting dmv insecten te laten plaatsvinden kun je het volgende doen. Pluk een rijpe manlijke bloem, haal er de kroonblaadjes van af en druk het stuifmeel bevattende hart midden in een wijd openstaande vrouwelijke bloem. Een manlijke heeft genoeg stuifmeel om zo 3 vrouwelijke bloemen te bestuiven. verzorging Strooi meteen na het zaaien of uitplanten slakkenkorrels rondom het zaaibed en herhaal dit zolang de planten jong zijn. Als kruipende pompoenen 4 of 5 bladeren hebben knijp je de groeipunt uit de plant, ze krijgen dan nog 3 of 4 zijscheuten waardoor ze beter in een wat kleinere tuin passen en vaak krijgen ze daardoor ook meer vruchten. Zorg steeds voor voldoende vocht want ze zijn gulzig en geef 1 x p 14 dgn vloeibare mest. Eventueel kun je teveel aan blad wegknippen om meer licht en lucht bij de bloemen en vruchten te krijgen. zaaien onder glas: In april, of begin mei kun je de zaadjes onder glas zaaien in voedzame potgrond en ze dan eind - mei begin juni buiten uitplanten. Neem potjes met een doorsnede van 5 cm en vul ze met zaai/stekgrond. Steek nu in elk potje een zaadje 2 cm diep en strooi er nog wat grond over. Dek de potjes nu af met glas en een opgevouwen krant en zet ze in de koude kas of een koele vensterbank. Haal het papier pas weg als de zaden gekiemd zijn. Bescherm de jonge plantjes extra tegen nachtvorst. In mei begin je dan de zaailingen langzaam aan de buitenomstandigheden te wennen om ze uiteindelijk eind mei in de al voorbewerkte grond te planten, nadat je ze voorzichtig uit hun potjes hebt geklopt. Zorg dat de planten met de wortelkluit 1 cm onder het grondoppervlak worden gezet en zet struikvormige soorten 50 cm uit elkaar terwijl de kruipende meer dan 1 m tussenruimte nodig hebben. buiten: Pas in mei kun je ter plaatse buiten zaaien. Om aan de plants grote behoefte aan vruchtbare grond en vocht te voldoen: ga je als als volgt te werk: steek op de plaats waar je de plant wilt hebben een steek diep met de schep de grond eruit en de volgende steek je los en vermengd de grond met goed 2 emmers verteerde stalmest of compost. Leg dan de grond die je eerst uitgestoken had er weer overheen en maak een 5 cm hoge richel rondom de plant, om het water te verzamelen. Half mei leg je de zaden van struikvormige soorten, 2 cm diep en 15 cm uit elkaar in groepjes van 3, met 50 cm ruimte tussen de groepjes. Later dun je de groepjes uit tot 1 plant. Kruipende pompoenen steek je ook in groepjes van 3 bijeen, 2 cm in de grond, maar nu houd je tussen de groepjes een tussenruimte van minstens 1 m aan. Maak nu een tijdelijke tunnel van plastic over het zaaibed dat je ca begin juni weer mag verwijderen. Zodra de vruchten verschijnen kun je ze tegen rotting en slakkenvraat beschermen door ze op een steen of dakpan te leggen. oogsten Omdat je de vruchten jong moet oogsten wordt de plant daardoor aangezet tot het maken van meer vruchten. Gebruik altijd een goed scherp mes. De vruchten worden geoogst met een stukje steel eraan, als ze ca 15-20 cm lang zijn. Aan het eind van 't seizoen laat er een paar helemaal uitgroeien en door en door rijp worden om ze te bewaren. Om de vruchten lang te kunnen bewaren kun je ze het best onbeschadigd samen in een net ophangen op een geventileerde plek met een temperatuur van ca 16° C. |
|
Cucurbita pepo Jack-be-Little ð
kenmerk:
ranken 1 - 3 meter lang, een
sierpompoentje dat lang goed blijft |
|
![]() vrouwelijke bloem mannelijke bloem de enorme pompen |
ï ranken: 10 m |
![]() mannelijke bloem vrouwelijke bloem de hele plant |
ï |
![]() |
ï kenmerk: niet
rankende pompoen met |
|
ï kenmerk:
kruipende, eenhuizige plant |
|
|
ï kenmerk: blad heeft vijgebladvorm |
|
|
ï inheems: tropisch, Midden- en |
|
|
ï |